Andre Agassi werd niet de beste tennisser omdat hij elke dag gemotiveerd was.
Sterker nog… hij vond tennis soms helemaal niet leuk.
Wat hem dan wel zo goed maakte?
Herhaling.
Als kind sloeg hij elke dag duizenden ballen.
Steeds weer hetzelfde.
Niet omdat hij er altijd zin in had…
maar omdat het gewoon zo ging.
En dat is interessant.
Want in organisaties zoeken we het vaak in motivatie.
We willen mensen enthousiast maken.
Ze zin laten krijgen om te leren.
Maar motivatie komt en gaat.
Soms heb je het.
Soms totaal niet.
Wat beter werkt?
Routine.
Als leren gewoon onderdeel is van wat je elke dag doet…
dan gebeurt het vanzelf.
Daar vertrouwen topsporters ook op.
Niet op motivatie.
Maar op een systeem waarin je automatisch beter wordt.

