Kennisoverdracht in de laatste 100 werkdagen is te laat.
Antwerp Management School deed onderzoek bij waterzuiveraar Aquafin NV in Vlaanderen. Ze spraken 55- en 60-plussers over hun laatste jaren op het werk. Daar kwam een kader uit met drie momenten. De laatste 1.000, 100 en 20 werkdagen.
De laatste 1.000 dagen gaan over zinvol werk. En over het inzetten van ervaring. De laatste 100 over kennisoverdracht. De laatste 20 over afscheid.
Ik vind dit een verademing. De meeste organisaties praten pas over kennis als de afscheidsborrel al in de agenda staat.
Maar één ding wringt.
Ervaring inzetten is nog geen ervaring doorgeven. Kennisoverdracht begint in dit kader pas na dag 900. Honderd dagen voor soms wel 30 jaar ervaring…
Dat kan niet. Ervaring zit niet in een document. Die zit in een storing die je herkent aan het geluid. In de tekening die afwijkt van de werkelijkheid. In de afsluiter die je nooit in één keer opendraait.
Dat draag je niet over. Dat leer je iemand aan… door het samen te doen.
Dus mijn voorstel: begin de kennisoverdracht bij die 1.000 dagen. Zet de ervaren collega vanaf dag één naast de nieuwe. Meet niet of de kennis op papier staat. Meet of de nieuwe collega het werk zelfstandig kan.
Afscheid en inwerken zijn dan geen twee trajecten meer. Het is er één.
Het gesprek over kennis begint dan bij de vacature. Niet bij de afscheidsborrel.

